Moet je wel een onderneming willen starten in tijden van crisis?

30 maart, 2020 door Holger Breukink

Een crisis raakt eerst de zwakkere bedrijven

Een plotselinge crisis, zoals de Corona-crisis, is vaak de nekslag voor startende ondernemers. Zij hebben net grote investeringen gedaan om hun bedrijf van de grond te krijgen, nog geen reserves opgebouwd en zijn de eerste jaren dus afhankelijk van de broodnodige cashflow. Als die geldstroom achterwege blijft, is het vaak snel gedaan met de ondernemingsdrift. Maar er zijn uitzonderingen…

Een startup zijn heeft nadelen, maar ook voordelen tijdens een crisis

Natuurlijk is het fijn om al een aantal jaren te draaien en genoeg vet op de botten te hebben om een tijdje zonder omzet te kunnen, maar het is niet alleen maar nadelig om in tijden van crisis een startup te zijn. Kleine bedrijven zijn over het algemeen veel wendbaarder dan gevestigde bedrijven. En juist als de status quo wordt verstoord, ontstaan er veel nieuwe kansen. Met een recessie verschuift de behoefte van de markt en startups zijn vaak veel beter in staat om hier snel op in te spelen.

Check daarom deze drie voorbeelden van bedrijven die juist tijdens een crisis zijn ontstaan.

International Business Machines Corporation (IBM)

De periode 1873 tot 1896 wordt in de Verenigde Staten ook wel de ‘Lange depressie’ genoemd. Een aantal ongelukkige gebeurtenissen brachten investeerders wereldwijd ertoe om zich niet meer zo gemakkelijk in te laten met langdurige geldleningen. Het resultaat was dat duizenden bedrijven failliet gingen en de werkeloosheid piekte tot 14%.

Maar drie startups - Tabulating Machine Company, International Time Recording Company en Computing Scale Corporation - leken zich weinig aan te trekken van deze crisis. Ondanks 23 jaar van economische krimp legden zij de basis van wat nu IBM heet. Wat deden zij anders dan de 18.000 bedrijven die in de eerste jaren van de depressie kopje onder gingen?

Het antwoord is heel eenvoudig: ze analyseerden de behoefte van de markt en bedachten daar oplossingen voor. Zo had de industrialisatie ervoor gezorgd dat er steeds meer gewerkt werd in grote fabrieken met veel arbeiders. Deze trend zette zich voort ondanks de recessie. Dus naar de in- en uitklokmachines, die het aantal gewerkte uren registreerden, ontstond steeds meer vraag.

Ook de massale (im)migratie - mensen verhuisden op zoek naar werk - die de recessie met zich meebracht droeg kansen met zich mee. Zo bleken de ponskaartmachines van de Tabulationg Machine Company onmisbaar voor het bijhouden van de bevolkingsgroei.

Na de crisis (1911) fuseerden de drie bedrijven onder de naam Computing-Tabulating-Recording Company. Enkele jaren later werd dit International Business Machines Corporation (IBM). Door goed te kijken naar waar de markt behoefte aan had ontstond zo in een diepe crisis een van de meest succesvolle bedrijven aller tijden.

Burger King

Het is 1953 en de Verenigde Staten duiken in een korte maar hevige recessie. Het feit dat mensen opeens de hand op de knip houden zet Keith Kramer en Matthew Burns aan het denken. Ook zij hadden het originele McDonald’s restaurant in San Bernardino gezien - op dat moment was McDonald’s overigens nog geen franchiseformule - en ze waren onder de indruk van hoe druk het er was. Hun conclusie was dat als mensen weinig te besteden hebben, ze blijkbaar uitwijken naar comfort food: goedkoop én lekker.

Geïnspireerd op dit uitgangspunt kochten ze de rechten voor een speciale grillmachine: de Insta-Broiler. Met deze machine konden ze nog sneller - en dus goedkoper - hamburgers voorbereiden. Hun eerste restaurant werd in 1954 geopend en ze noemden het Insta-Burger King.

Het concept werkte en in de volgende recessie van 1957 ontwikkelden ze zelfs hun ‘signature burger’: de Whopper. Vandaag de dag opereert Burger King in meer dan 65 landen en met een concept dat speciaal ontwikkeld is voor crisistijden, zullen ze nog wel een tijdje blijven bestaan.

Albert Heijn

Wanneer Albert Heijn in 1887 de winkel van zijn vader overneemt, zit Nederland midden in de industriële revolutie. Geen crisis dus? Nou, voor veel ondernemers wel. De hele economie stond op zijn kop. Door betere transportmiddelen komen er opeens meer goederen op de markt tegen veel lagere prijzen. Ambachtslieden en rondreizende verkopers kunnen niet concurreren en verdwijnen.

Traditionele dorpswinkels, zoals de winkel van Alberts vader, verkochten van alles: brandstof, kleding en gereedschap. Door het plotselinge verschijnen van een veelvoud aan producten en merken worden klanten echter veeleisender. Eén soort zeep is niet meer genoeg, men wil kunnen kiezen. De kersverse ondernemer voelt dat het ondoenlijk is om een dekkend aanbod te presenteren van zoveel verschillende producten en besluit zich te specialiseren: hij legt de nadruk op levensmiddelen.

Het concept is een groot succes en al gauw opent hij een tweede winkel. De kruidenierszaken richten zich op een breed publiek en de marketing van Albert Heijn is bij de tijd. Door snel in te zetten op een eigen huismerk - zo controleert Albert Heijn een groter deel van de keten - wordt de winst bovendien gemaximaliseerd. In 1936 heeft de grootgrutter al ongeveer 200 winkels.

Toch duurt het nog tot 1952 voordat Albert Heijn zijn eerste echte supermarkt opent. Gerrit Heijn, de zoon van Albert, vond dat dit Amerikaanse zelfwinkelconcept niets was voor de Nederlandse markt. Maar deze inschattingsfout is Albert natuurlijk niet aan te rekenen. 😉

Al met al is je succes toch vooral afhankelijk van je eigen creativiteit en doorzettingsvermogen, en niet zozeer van de markt. Ben jij crisisbestendig? Meld je dan aan voor het toelatingsassessment van Traineeship Ondernemen!